Dahab 5: Tegenwind
De palmbladeren hangen doodstil in de hitte, geen beweging en dat geldt ook voor ons. Vastgesmolten aan onze strandstoelen proberen we zo weinig mogelijk te ondernemen. Het is heet vandaag, windstil en ontzettend heet. En vrijdag, de vrije dag van de week en tevens de dag waarop de lokale crèche gesloten is. Een ontzettend leuke en heerlijk overdekte zandspeeltuin met daaraan aparte speel-, slaap- en eetlokaaltjes. Perfect als je ook eens met z'n tweeën wilt duiken. Maar vandaag dus even niet, de kinderen zijn niet uit het water te slaan en wij dromen stiekem van een lange duikdag morgen, heerlijk uren lang bubbels maken in het verkoelende water.

Maar dat loopt anders, het is vroeg vanochtend na een lange onrustige nacht. De keel rauw, de neus vol maar bij het opstaan voor een zonsopgangsduik bij de Canyon - misschien wel de mooiste duik van de regio - lijkt het toch te gaan lukken. De wind die gister helaas afwezig was lijkt vandaag een voorbode. En een niet al te beste, tenzij je kitesurfer bent natuurlijk. De zee is gelukkig net niet te ruw voor de instap maar de eerste meters afdaling maken het meteen duidelijk, dit wordt 'm niet. Zelfs zeewater snuiven kan de boel niet oplossen: het is einde oefening, mijn laatste twee duikdagen zullen worden gevuld met het legen van de ene tissuedoos na de andere. Wat er door mijn sinussen wordt geproduceerd tart echt elke natuurwet. Leuk hoor; van die kinderen op vreemde crèches met allemaal nieuwe bacillen waar je nog niet tegen bestand bent.

Zo vader, zo dochter. De incubatietijd van waterpokken is gemiddeld 14 dagen, en alsof de kalender ermee speelt zijn Sacha's eerste pokjes zichtbaar, vier dagen voor het einde van onze reis, exact twee weken na Luc. De eerste handvol bultjes worden binnen een dag gevolgd door zo'n tweehonderd andere, inclusief totale malaise.
Cadeautje van haar broertje die inmiddels van niks meer weet. Daar liggen we dan: mama lekker duiken, Luc uren lang zoet met zand van bekertje naar bekertje te scheppen terwijl papa en dochter languit op de kussen liggen zielig te zijn. We zijn een prachtig stel!

Zo kabbelen de laatste dagen van onze reis voorbij. We besluiten voor de grap onze laatste anderhalve dag naar het Vegas van Egypte te gaan: Sharm el-Sheikh, veel over gehoord, nooit geweest. We kunnen terecht in Sharks Bay, een wat rustiger stuk met een heel leuk strand en een lekker snorkelplekje. Even bijkomen voor ons allen en hopen dat Sacha weer een beetje opkalefatert voor de vlucht naar huis. Even doen wat andere normale mensen ook doen: relaxen!
Kijkend uit ons hotelraam naar de drukte op de pier met alle boten die richting het fabelachtige duikparadijs Tiran varen, een gortdroog eiland dat ik nog net uit mijn raam kan zien weet ik ook al weer waarom we voor Dahab hebben gekozen: de kleinschaligheid, de rust en het ontspannen duiken. Waar in Egypte vind je nog zoiets in combinatie met een leuk dorp waar je alles hebt, behalve de nadelen van het massatoerisme? Nee, ons bezoek aan Dahab was zeker niet het eind, slechts het begin van het volgende. Tot ziens.
Deze reis kwam tot stand met medewerking van Dive and Travel, dé Nederlandse specialist op deze bestemming en direct partner van het Nesima Resort. Kijk op www.diveandtravel.nl voor de meest actuele prijzen.
Dahab 4: Miljoen sterrenhotel
De tijd vliegt in Dahab, terwijl het toch zo'n heerlijk rustig plaatsje is. Het ontdekken van het onderwaterleven, gedoe met de verdronken flitser en natuurlijk een ziekig kindje - inmiddels weer ruimschoots beter - zouden ons bijna doen vergeten dat we hier met nog een andere reden naartoe zijn gekomen dan duiken. De Sinaï en haar bedouïnencultuur staan bovenaan het lijstje van zaken die we tijdens onze reis willen ontdekken. En dat is dan ook het plan: op nog geen uur rijden van Dahab zit je al ‘midden’ in de woestijn. Nou is dat ons wat te dichtbij, dat voelt als de kantjes er vanaf lopen, we gaan daarom serieus twee dagen de droge vlaktes in.
Zo'n dag begint al vroeg, vooral met het maken van keuzes. Nemen we Luc zijn babybedje mee (ja), het pak Brinta dat elke ochtend een uitkomst biedt bij een zeker jong mannetje dat volop in zijn ‘twee en ik zeg nee’-periode zit (ja, maar achteraf overbodig want geen melk) of de babyfoon (nee, want nog steeds schromelijk gebrek aan stopcontacten in de Sinaï). Met een indrukwekkend aandoende extra hoeveelheid bagage, je weet maar nooit tenslotte,
op de reeds hoog opgestapelde Jeep kiezen we voor wijde horizon.

En als je dan voor het eerst de eindeloze droge vlakten ziet met haar imposante rotsbergen kan je simpelweg niet voorstellen dat hier al eeuwenlang mensen wonen, rondtrekkend van oase naar oase of tegenwoordig verblijvend op een wat vastere stek. Één zo'n stek is een groep van vijf families, rondom een waterput. Heerlijk in de schaduw van de nodige dadelpalmen en loungeachtige hutten van kleden en vol met kussens. Om het in de woorden van onze dochter te zeggen ‘wat een leuk huisje’.
Het leuke huisje is de plek voor een vreselijk overdadige lunch, iets waar we na dagenlang Dahab nog steeds een beetje aan moeten wennen. Het leeg krijgen van je bord mag hier af en toe tot een echte prestatie worden gerekend en dat heeft zelden iets met de smaak te maken!

Terwijl de kinderen in de zwoele schaduwlucht de ogen dicht doen om het eten, minus groente, te verteren zijn pa en ma eindelijk vrij om te gaan wandelen. In de zinderende namiddaghitte, dat dan weer wel.
Een onwerkelijk aandoende kloof is een uur lang ons domein, gegidst door één van de lokale bewoners. Bizarre rotsformaties, door water uitgesleten gangen en af en toe de meest schitterende kleuren lopen we voorbij. De schaduw diep in de kloof is heerlijk koel en de blauwe lucht er boven lijkt afkomstig uit een andere wereld.

Een tweetal uren later lijkt de wereld om ons heen eveneens onaards. We zitten hoog op een zandduin de zonsondergang af te wachten en de kleuren beginnen al aardig op een doorgelopen verfdoos te lijken. Ik had het helemaal uitgestippeld: een foto met ons hele gezinnetje, op een heuvel, genietend van een schitterende zonsondergang. De werkelijkheid is geheel anders: Sacha blèrend om het één of ander en Luc die de stilziteigenschappen heeft aangenomen van een
neurotisch dwerghondje in de buurt van een roedel Rottweilers. Maar met de grootste zandbak uit hun leven in de nabijheid moeten vaders fotowensen het er maar mee doen. Het mag een wonder heten dat er nog wat is uitgekomen (het voordeel van een foto van achteren) maar de idylle van de foto is er alleen voor hen die er niet bij waren. Bedenk er anders maar peuters bij, gillend van plezier rollend van een eindeloos lijkende zandhelling.

Het is inmiddels al lang en breed donker, boven ons doen een miljoen sterren hun best om ons te overdonderen met hun schoonheid. Tussen ons in liggen twee volledig uitgetelde koters, bekaf van een lange dag indrukken met als klap op de vuurpijl een diner bereid boven een echt kampvuur. Het is een gevoel dat met geen pen valt te beschrijven: twee kleintjes veilig tussen papa en mama
in het mooiste hotel van de wereld: de open Sinaï woestijn. Ook bij ons gaan rap de luiken toe, bekaf na een dag kinderen hoeden. Maar de hele nacht door gaan ze toch nog telkens even open, die Melkweg - wat is ze toch mooi.

Uitgelaten peuters zijn niet altijd de makkelijkste. Luc heeft ‘appelsap’ in zijn hoofd en herhaalt het wel honderd keer. Onze gidsen zijn druk bezig het kamp aan het afbouwen. Dit lossen we niet op, zo ver van de bewoonde wereld. Of toch wel? Plots tovert onze gids zomaar ergens twee kleine pakjes toverdrank vandaan - gewoon meegenomen door hen. Soms zit het mee, behoorlijk, soms zit het tegen. Maar dat is voor de volgende keer, de laatste aflevering gaat in ieder geval ‘tegenwind’ heten.
Dahab 3: The Seahorse whisperer
Iets meer dan 48 uur was er niet voor nodig, de leenflitser is binnen! Petje af voor de dames en heren van UPS, als een kind zo blij maak ik mijn pakje open en als kinderen zo blij zijn Sacha en Luc die voor het eerst de geneugten ontdekken van styrofoam verpakkingschips. Of de schoonmaker er net zo blij mee zal zijn is een tweede en of ik zo blij ga zijn met de rekening van de postzegel moet ook nog maar blijken. Het is niet onwaarschijnlijk dat ik binnen enkele dagen iets minder vrolijk uit de ogen kijk, maar tot dan is er die volle bak zon en een zee vol leven om die aanstaande aderlating even totaal uit de grijze hersenmassa te verdringen. Schitterend toch, hoe het menselijke brein werkt?

Schitterend ook, is hoe zaken soms verlopen. Oorspronkelijke was het plan om de hele familie twee weken lang te verhuizen naar de bloemenweelde van Madeira en haar prachtige onderwaterwereld vol grote tandbaarzen. Slechts
één gesprek op Duikvaker was er voor nodig om onze plannen totaal om te gooien. Allemaal de schuld van een onweerstaanbaar enthousiaste dame, Sigi genaamd, van het Nesima resort. "Dahab is zo veel meer dan duiken alleen, kom langs en dan laat ik jullie dat eens zien, echt geweldig ook voor de kinderen ". Of het de heel zacht aanwezige Vlaamse tongval was, de enorm blije oogopslag of gewoon het beresterke verhaal: geen idee, meer was niet nodig en zelden was een gevalletje draaien zo'n schot in de roos.

Even ter opfrissing: Dahab is grofweg een heel lang uitgerekte boulevard met een miljoen kleine restaurantjes aan het water en aan de andere kant een even groot aantal winkeltjes met vriendelijke, nog-net-leuke verkopers, hier en daar afgewisseld met duikscholen, barretjes en hotels. Één daarvan is het (duik)hotel Nesima. Gevalletje:
heerlijk zwembad tot aan de boulevard, lieve kamertjes met hoge koepelpafonds en vooral ontzettend veel aardig personeel dat binnen no-time je naam weet. Nou ja: vooral die van je kinderen, want met haar neiging om praktisch iedereen van het personeel enthousiast om de nek te springen creëert Sacha nogal haar eigen schare fans.

Met een eigen duikschool op kruipafstand van het huisrif kan het voor de rest nauwelijks makkelijker zijn. Op een enkele bootduik na voltrekt het duikleven in Dahab zich vooral vanuit de kant. Het is ook een duikleven dat het voor een groot deel moet hebben van
de kleine zaken onder water. Macroparadijs dus, en de koning van de macro is nu net een gids van Nesima: Achmed Nuby. "Als het er is, dan vindt hij het" wordt me al tevoren verteld via Facebook, "volgens mij spreekt hij met zeepaardjes en als ze er niet zijn dan roept hij ze, onwaarschijnlijk waar hij ze tegen komt" vertelt een ander. Zoiets belooft wat en als we op het huisrif van Dahab, The Lighthouse, te water gaan is het al raak voor we dieper zijn dan een meter of drie.

Vol enthousiasme wordt mijn aandacht gevestigd op een
stukje afgebroken bruin gras dat over het eindeloze grindveld zweeft. Een stukje gras? Daarvoor ben ik hier niet gekomen, al is het wel vreemd dat het stukje precies bij de vinger van Achmed blijft hangen. Tja, dan blijkt het een heel klein Zeegras Spookfluitvisje te zijn, en nog één, en nog één. Enfin, je begrijpt het: overal waar we gaan worden deze en haar directe familieleden aangewezen. En als ik er dan zelf eindelijk eentje gevonden heb en die vol overgave op de foto aan het zetten ben dan blijk ik, hoe kan het ook anders, een stukje dood zeegras aan het fotograferen te zijn. Gelukkig heb ik meer verstand van walvishaaien zullen we maar zeggen!

Op mijn allereerste duikweken na heb ik zelden zo veel nieuwe dingen gezien in nog geen handvol duiken: zeepaardjes, eindeloos veel slakjes, garnaaltjes op de meest onverwachte plekken (onder een zeekomkommer) en natuurlijk elk type fluitvis uit het grote boek, waaronder de mooiste van allemaal: de harlekijn spookfluitvis. Onder water kan deze week in ieder geval niet meer stuk. Tijd om het eens wat hoger op te gaan zoeken.
We gaan morgen slapen in een hotel. En dan niet zo'n lullig vijf sterren ding. Nee, eentje met een miljoen sterren. Hoe geweldig is dat!
Dahab 2: Stemmingswisselingen
Schreef ik vorige keer nog dat een dag nogal verschil kan maken, inmiddels weet ik niet beter. Volgens UPS ligt er ergens een pakketje stof te vergaren op Paris Charles de Gaulle. Een pakketje waar een broodnodige 2e flitser in zit ter vervanging van mijn eigen volgelopen exemplaar, opgestuurd door Ron Polet van Scubacam. Zo realiseer ik me ook meteen weer waarom ik dit soort zaken gewoon in een winkel koop en niet bij de goedkoopste internetboer die te vinden is. Natuurlijk is een beetje lage prijs fijn maar service zoals dit is onbetaalbaar. Maar ja, dan moeten de Fransen wel even meewerken!

Waar de haast nu even helemaal achter slot en grendel is, is hier: op het strand in Dahab. Het is Arabisch weekeinde, vrijdag, en waar gister Sacha vrienden maakte met de locals doen wij dat vandaag. Uiteraard wel met de kleintjes als bindweefsel maar voor we het weten wisselen pizza's van tafel, doen de speelgoedstukken een eigen soort Witte fietsenplan en staan de vaders lekker met hun zoontjes steentjes te keilen aan de Golf van Aqaba. Cultuurverschillen, ze zijn soms zo klein.

Maar na zo'n dag heerlijk bijkomen aan het glasheldere zeewater wordt het weer tijd om aan het werk te gaan, al zullen velen het moeilijk vinden om het maken van een reisreportage te zien als ‘werk’. Hoe gaat dat nu eigenlijk, het fotograferen van een duikreportage? Uiteraard is dit, als je het de dienstdoende fotograaf vraagt, een episch gevecht met de elementen en natuur waarbij ook modellen een grote rol spelen. Als er geen macro-lens op de camera zit voor het vastleggen van het kleine dierenrijk dan is het een kwestie van het zoeken van een mooi koraalblok of gorgoon om daar je model, lees vrouwlief, bevallig erboven te laten zweven om vervolgens af te drukken.

Maar als je eega op de boot achterblijft om op de nog wat zieke kleinste te letten dan wordt het roeien met de riemen die je hebt. En dat kan betekenen dat je perfect met de camera ligt opgelijnd voor een gigantisch veld met gorgonen om vervolgens zes mededuikers met gespreide benen op onflatteuze wijze je geplande foto te zien bezoedelen. Diep zuchten, uitademen of de ogen ten hemel slaan zijn kansloze reactiemogelijkheden, ze helpen helaas niet - mooie modelfoto's lijken er vandaag niet in te zitten en lichtelijk gefrustreerd zie ik alle mooie fotomogelijkheden ongebruikt voorbij glijden.

Terwijl ik, al duikend, mijn excuses voor de hoofdredacteur aan het verzinnen ben hoor ik opeens iets dat op het geluid lijkt dat je eerder verwacht in een gewelddadige Japanse tekenfilm dan tien meter diep onder water. Het is mijn buddy Caroline, heftig voor haar uit wijzend, ogen als wagenwielen. Terwijl mijn blik zo snel mogelijk haar vinger volgt, een schildpad verwachtend, misschien wel een haaitje, valt de automaat haast uit mijn mond. Een walvishaai, WAT? Een walvishaai, hier in de Rode Zee! Ongeveer de laatste plaats op aarde waar je je eerste ontmoeting zou verwachten maar het is echt waar!

Terwijl ik de longen uit mijn lijf zwem om dichterbij te komen ratelen mijn hersenen een onbewuste cameracheck af, sluitertijd, diafragma en flitssterkte worden onbewust in goede positie gedraaid en het grote flitsen kan beginnen. En als ik minder dan twee minuten later het statige, maar oh zo snelle, dier in de blauwigheid moet zien verdwijnen kan ik de naald van mijn drukmeter zo live richting het rood zien kruipen. Met een hart dat van de adrenaline nog lang op turbostand blijft draaien kruip ik op het dek van de boot. Een ongelovige instructeur is het haasje als ik met hem wed om een biertje dat ik net een walvishaai heb gezien. Hij bestudeert de foto's nadrukkelijk, kijkt me aan ‘you don't know how lucky you are; none of us here working have ever seen one’. Hop, biertje binnen!
Terwijl het nieuws bij aankomst de thuishaven al heeft bereikt komt er mondeling nog een ander berichtje door; er is een pakje voor me gearriveerd. Mijn tracking code geeft echter nog steeds een grote Franse luchthaven aan, het zal toch niet waar zijn...
Dahab 1: De volksverhuizing
Duiken doet een familietrip naar het Egyptische Dahab en schrijver-fotograaf Rutger Geerling houdt de komende twee weken een verslag bij van zijn belevenissen.
"Waar ben ik aan begonnen?", dat is het enige wat ik me kan bedenken als ik stevig de achterklep dicht druk van onze, bepaald niet krap uitgemeten, stationwagen. Ik werp nog maar een keer een blik op ons boekingsformulier en de ingekochte bagageruimte. Toch nog maar een keer natellen; een tas met kleren voor de kinderen, een tas voor onszelf, een tas met duikspullen, een tas met opladers, snoeren, kindereten en alle andere zware spullen en - oh ja: het babybedje, een cameraset voor boven water en één voor er onder. Nog iets vergeten? Ja, een ziek kind op de achterbank. Wat een begin!

Maar als ik dan toch goed blijk te hebben geteld en de enorme berg bagage probleemloos achter laat in de handen van de, enigszins verbouwereerde, baliemedewerker dan is direct de stress de deur uit en hebben we weer ook voor het doel van deze reis: genieten van ons jonge gezin én van een hoop mooie duiken.

Gelukkig ligt de kleinste binnen een half uur knock-out, comfortabel gedrapeerd over twee vliegtuigstoelen en is de oudste verbaasd geen kleine kortharige knaagdieren aan te treffen tijdens een vlucht van Transcavia. Ook wij komen dankzij een paar wijntjes geen problemen tegen op de vierenhalf uur durende zit in het echt gloednieuwe vliegtuig met heel moderne stoelen die zijn bekleed met iets dat E-leather heet. Dahab, we komen er aan in stijl!

En wat kan een dag een verschil maken: dankzij een nog geen vier jaar oude stuiterbal die wij onze dochter noemen hebben we inmiddels kennis gemaakt met de halve middenstand van het relaxte badplaatsje. Nog voor een willekeurige verkoper of restauranteigenaar "where are you from?" kan uitspreken hangt een gillend lachende roze peuter al om de nek. In no-time heeft ze drie ijskastmagneten in haar rugzakje liggen, ruikt ze een uur in de wind naar verschillende parfums, heeft ze een banaan geregeld voor haar zieke broertje en loopt ze met een kruidig ruikend takje in haar hand van de specerijverkoper. Waarom wilden we ook al weer naar Dahab? Daarom: de vriendelijkheid!

Het oude hippiedorp heeft na al die jaren toerisme nog steeds haar leuke karakter weten te behouden. Geen megahotels en andere grootschalige projecten maar wel een leuke boulevard vol kleinschalige winkeltjes en eettentjes direct aan het water. Ook buiten het dorp, waar wordt gedoken voelt het allemaal nog prettig aan. Goed, de wegen zijn een stuk beter dan vijf jaar geleden maar overontwikkeld is het gelukkig niet.

Dat zelfde geldt voor de "Moray Garden" de eerste duik van de week. De kleinste is nog te ziek voor de crèche in het dorp dus een gezamenlijke duik zit er voor papa en mama nog even niet in. Maar aan het water kunnen we heerlijk overdekt zitten en een aantal lokale kinderen, die voor een habbekrats leuke armbandjes verkopen, vinden het heerlijk om het water in te springen en te spelen met de toeristenkinderen. Als "papa!!!" na een uurtje weer uit de branding komt boven drijven mag hij meteen aan de bak om het hele stel uitgebreid op de foto te zetten. Met moeite de zoute waterspetters ontwijkend die om de camera heen schieten.

Helaas lukt dat met de onderwaterapparatuur even wat minder en halverwege de duik loopt op onverklaarbare wijze één van de flitsers vol met zeewater en is ten dode opgeschreven. Een giftig zwartige smurrie drijft uit het batterijcompartiment om het onvermijdelijk nog maar eens te onderstrepen: exit flitser en hallo missie voor de komende dagen... waar halen we een vervangexemplaar vandaan?