We zochten het wrak van de Bristol Blenheim bommenwerper, maar stuitten op een niet eerder gemeld wrak. Met deze zin begon een duizelingwekkende correspondentie tussen de redactie van Duiken en technisch duiker Frank Stoop. Een mailwisseling over brandbommen, WOII-vliegtuigen en onwaarheden, met spannende duiken in de geschiedenis tot gevolg.
Tekst: Yvonne van der Valk Foto´s: Cor Kuyvenhoven


Spannende duiken in het Oostvoornse Meer, want daar hebben we het over, jaja… Dat is toch die saaie brakwaterplas vlak bij Rotterdam waar je alleen heen gaat voor een oefenduik? Buiten wat buizen is daar toch niets te zien?
Onterechte vooroordelen. Het Oostvoornse Meer is een kerkhof aan wrakken, er liggen resten van schepen waarover stoere mannen zich het hoofd breken. Want welke historie schuilt achter welk wrak? Archeologisch Nederland volgt nauwgezet het werk van Frank Stoop en kompanen. Er zijn zelfs plannen om van het Oostvoornse Meer het eerste Nederlandse onderwatermuseum te maken. Een reportage over de ware identiteit van dit water.
Gestuntel
Door de schittering van de zon op het wateroppervlak knijp ik mijn ogen tot spleetjes. Frank Stoop wijst in de verte, naar de overkant van het Oostvoornse Meer.
Zie je dat hotel? Kijk twee centimeter rechts daarvan, als je dan zo’n driehonderd meter die kant op zwemt, zit je boven de OVM 14. Gelukkig heeft hij ook de coördinaten en een gps-systeem bij zich... Inmiddels weet ik dat met OVM 14 een ongeïdentificeerd wrak bedoeld wordt. OVM staat voor ‘Oostvoornse Meer’ en het getal voor het gemelde wrakveld. De teller staat momenteel op vijftien, maar daar zal het niet bij blijven. Een side scan sonar van het gebied bracht meer dan vijftig posities in beeld waar iets op de bodem ligt.
Het is een prachtige zomerse dag. Mijn dubbel 7mm natpak doet overdreven aan
als we de zonnende badgasten passeren. Een zekere spanning maakt zich van me meester. Sta ik op het punt archeologische ontdekkingen te doen? Franks onderzoek wees namelijk uit dat het om een schip uit de achttiende eeuw gaat! In gedachten zie ik door weer en wind getekende mannen met spoed de haring uit hun netten halen om de opkomende storm te ontlopen.
«Het is een 22 meter lange buis,» brieft Frank, «en waarschijnlijk geen vissersschip, maar een koopvaarder. Dit kan geconcludeerd worden uit de vaste mastvoet die we tijdens een van de duiken hebben ontdekt.» Frank, die door collega-duikers om zijn grote, technische kennis en chaotisch lijkende manier van werken liefkozend Willie Wortel wordt genoemd, gooit er
nog wat termen achteraan. «Bolle kim, logge boeg.» En plotseling boos: «Door amateuristisch gestuntel is een hoop informatie over dit wrak verloren gegaan. Duikers hebben het wrak vrij willen leggen door illegaal airliften. Daarmee is niet alleen het omringende zand verwijderd, maar mogelijk ook de oorspronkelijke lading. Professionele archeologen hadden resten
van bijvoorbeeld koren kunnen vinden en dat had meer over de identiteit van het wrak verteld.»
Frank heeft toestemming een stuk hout van het wrak te halen voor dendro-onderzoek. Aan de hand van het groeipatroon van de jaarringen in het hout kan de ouderdom tot het jaar nauwkeurig bepaald worden. Met boei, reel, zaag, gps, rebreather en technische duikuitrusting stapt hij het water in. De scooter ontbreekt deze keer. Ik zet me schrap voor een lange zwempartij.
Op mijn rug lig ik in het water, terwijl mijn benen in een soort ritme proberen te komen. Af en toe draai ik me om om te zien of ik nog in het spoor lig van de drie mannen.
Pfff… zijn we er nog niet? Een zeemeeuw hangt stil boven me. Zijn uitgestrekte vleugels contrasteren tegen de blauwe lucht en geven het dier de imposante aanblik van een roofvogel.
«Hier is het», haalt Frank me uit mijn trance. Hij stopt zijn gps weg in een waterdichte zak. «Ik daal af, sla een paal in de grond om de boei eraan te maken en kom weer naar boven om jullie te halen. Vind ik het wrak niet, dan kunnen we vanaf de paal met de reel rondjes zwemmen. Met z’n vieren hebben we het zo gevonden.» Als hij weer boven komt, kijkt hij bedrukt: het zicht is belabberd, we zitten niet op het wrak en de paal bleef niet staan. Toch dalen we af. Als we op 22 meter blijven, moeten we het immers vinden.
Wow, wat is het donker. Na 10 meter dringt geen enkel spoortje zonlicht meer door en meer dan een meter zicht is er niet. Het koelt snel af. Vlug pomp ik lucht in mijn vest om niet door een modderbad tot de ontdekking te komen dat ik de bodem heb bereikt. Angstvallig houd ik de lichtbundel van mijn buddy in de gaten, het zien van een wrak heeft even geen prioriteit meer. Frank en zijn buddy zijn we al kwijt en door een grote stofwolk wordt het zicht zo mogelijk nog slechter. De duisternis is overweldigend.
«Alles oké?» Mijn buddy signaleert met zijn lamp. «Ja, alles oké.» Mijn ademhaling is weer normaal en rustig gaan we verder tot we tegen een opstaande rand aan zwemmen. Is het hout? Het is begroeid met wier en iets dat op een zeepok lijkt. De OVM 14? Geen idee. Ik begrijp nu eens te meer hoe moeilijk archeologie onder water is.
Twee lichtbundels doemen weer op en stomen voorbij. Frank en zijn buddy kammen het gebied af op zoek naar het wrak. We proberen het snelle tempo bij te houden, maar de donkere wolk die hen achtervolgt, vormt een te grote barrière.
Na 25 minuten heeft de temperatuur van tien graden mijn lichaam in haar macht en rillend maak ik duidelijk dat ik wil opstijgen.
Verrast
Jaarlijks komen bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM, voormalig ROB/NISA) vijftig tot zeventig meldingen binnen van Nederlandse onderwatervondsten. Meldingen die om onderzoek vragen, het kan immers gaan om een vondst die van historisch belang is. Maar zoals ook uit mijn ervaring met de OVM 14 blijkt, is archeologie in onze wateren niet eenvoudig.
Om deze reden is in 1994 de Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water (LWAOW) opgericht. Deze werkgroep is onderdeel van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN), de amateurarcheologen voor boven water.
Een van de taken die de onderwaterafdeling op zich heeft genomen, is het delen van kennis. De Zwolse amateurarcheoloog Hans Bruggeman is betrokken bij archeologiecursussen die bij de LWAOW, in samenwerking met de NAS (Nautical Archeological Society), gegeven worden aan iedere geïnteresseerde duiker.
Informatie kan zo snel verloren gaan als er ondeskundig mee omgegaan wordt, vertelt Hans tijdens een cursusweekend in Oostvoorne aan zestien aandachtige luisteraars. «Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om voor je ook maar iets doet, de omgeving te verkennen. Losliggende delen mag je in principe meenemen. Hierbij moet je een belangrijke afweging maken: sommige zaken vertellen in de context veel meer dan op het droge. Aan de andere kant bestaat de mogelijkheid dat je ze bij een tweede duik niet meer terugvindt.» Na zijn uitleg verdeelt Hans de groep in tweeën. Vier buddyparen moeten de kabellegger die voor de Stormvogel ligt in kaart brengen. De opdracht luidt als volgt: omgeving verkennen, spanten tellen, metingen overdoen, de reling in beeld brengen. Daarna kunnen de gegevens in een speciaal softwareprogramma worden ingevoerd die ze vertaalt naar de vorm van het schip.
«Spantenteam gaat te water!» Cursist Natascha Kok stapt met een commandosprong van de steiger. Hans zet als een trotse vader de tijd achter de namen van het buddypaar. «Hun enthousiasme is aanstekelijk», verklaart hij zijn glinsterende ogen. «Maar archeologie ís ook vreselijk dynamisch. Soms gooit het dingen helemaal op zijn kop. Dingen die je altijd aangenomen hebt, blijken ineens anders te zijn. Dat is mijn motivatie. De vrijheid alles opnieuw te bekijken, zonder aannames. Dan kun je erg verrast worden.»
Zo was duikend Nederland erg verbaasd toen de amateurarcheologen ontdekten dat het wrak voor Slag Baardmannetje (OVM 2) niet de Archimedes is, zoals het sinds 1976 bekendstaat. De werkelijke Archimedes was een van de eerste schepen met een schroef en daarmee een mijlpaal in de industriële revolutie. Onlangs werd ontdekt dat de OVM2 een schroef en motorblok heeft van latere datum. Dit plaatste Frank, inmiddels regiocoördinator van de LWAOW, en zijn mannen voor de spannende uitdaging de werkelijke Archimedes te vinden. Het stoomzeilschip is namelijk wel in deze omgeving gezonken. En wat is de identiteit van het eerder gevonden wrak? Voorlopig levert archeologie meer vragen op dan antwoorden.
Museum
Op de vraag hoe het kan dat er zoveel wrakken in het Oostvoornse Meer liggen, krijg ik gelukkig wel antwoord. Tot 1950 mondde hier de Brielse Maas uit in de Noordzee. De scheepvaart maakte dankbaar gebruik van deze vaarweg om Rotterdam te bereiken. Stormen en oorlogen staken hier echter wel eens een stokje voor. Met de aanleg van de Brielse Maasdam werd het Brielse Gat gescheiden van de rest van de rivier en ontstond een soort Noordzeebaai. In 1966 sloot de Brielse Gatdam de verbinding met de Noordzee helemaal af en zo ontstond het brakwatermeer. Om het steeds zoeter worden van het meer tegen te gaan, is nu een 800 meter lange pijpleiding aangelegd die zout water vanuit het Beerkanaal naar binnen pompt. «Enerzijds zal het zicht beter worden, anderzijds vrees ik het ergste voor de houten wrakken», zegt Frank hierover. «Zout water brengt namelijk ook de paalworm met
zich mee, die beestjes vreten in no time alles weg.»
Des te groter is de waarde van het werk van amateurarcheologen. Ook al omdat bij de beroepsarcheologie (RACM) steeds minder geld beschikbaar komt. Het onderzoeken, bergen, conserveren en restaureren van een historisch wrak kost veel geld. Dit gebeurt nu in Lelystad. In het scheepsarcheologische depot liggen meer dan 30.000 voorwerpen, afkomstig van gezonken schepen. Veel ruimte voor nieuwe vondsten is er niet meer. En dat terwijl bij de aanleg van Maasvlakte 2 verwacht wordt tegen verschillende archeologische vondsten aan te lopen. Als oplossing voor het ruimtegebrek overweegt het RACM het Oostvoornse Meer als opslag te gebruiken. En ook op het geldprobleem probeert men iets te vinden. Het Verdrag van Malta helpt hierbij. Dit stelt namelijk grondeigenaren in Nederland sinds 2006 verantwoordelijk voor het beschermen van cultureel erfgoed dat zij tijdens werkzaamheden in de bodem aantreffen. Havenbedrijf Rotterdam, dat de nieuwe Maasvlakte aanlegt, heeft drie miljoen euro uitgetrokken om hieraan te kunnen voldoen.
Blenheim
«Duikers van de marine zijn naarstig op zoek naar de restanten van een Engelse bommenwerper die op 4 juli 1940 in de monding van de Maas neerstortte bij een vuurgevecht met de Duitsers», valt onder andere in het Algemeen Dagblad te lezen. Het blijkt om de Bristol Blenheim te gaan, een vliegtuigwrak dat in 1970 door duikers werd gevonden. Waarom dan nu ineens deze ophef?
«Tja, ik noemde het woord ‘bom’ en iedereen sloeg op tilt», verklaart Frank. «Tijdens een duik vond ik een staaf van een halve meter met zeskantige kop, ontegenzeggelijk een brandbom. Toen ik dit meldde, wilde de marine het hele gebied afzetten en een duikverbod instellen. Dat is gelukkig voorkomen. Wel ging ik met een aantal marineduikers op zoek naar de bom. We vonden hem niet meer terug en daarmee nam ook de interesse af.»
Frank is alweer een tijd op zoek naar de Blenheim. Door afkalving van de oever is het wrak naar alle waarschijnlijkheid heel snel onder het zand verdwenen, waardoor een soort mythe rondom dit vliegtuig is ontstaan. Niet alleen omdat het wel eens geladen zou kunnen zijn met 360 staafbrandbommen, maar ook omdat het stoffelijk overschot van sergeant J.G. Stanley nog aan boord zou zijn. Frank zegt vorig jaar onverwachts op een deel van de Blenheim gestoten te zijn, maar heeft het sindsdien, ondanks herhaaldelijke pogingen, niet teruggevonden.
In het najaar duik ik opnieuw in het Oostvoornse Meer, deze keer op de voormalige Archimedes. Een boei duidt de locatie aan. Het zicht is minstens vijftien meter en ik geniet met volle teugen. De verroeste spanten, de krukas, een enorme ketting, de tijd heeft hier stil gestaan. Frank is volop in de weer met lamellen waar hij afmetingen op schrijft. Door de diameter van de cilinder achterhaal je het type motor en daarmee is een tijdsbepaling te maken. Als we het water uitstappen, ratelt Frank alle getallen zo uit zijn hoofd op. Glimlachend hoor ik zijn enthousiasme aan. Frank rust niet tot hij zeker weet dat het hier om de in 1903 vergane stoomtrawler Germaine gaat. En daarna zal hij alles op alles stellen en uren onder water doorbrengen om de andere wrakvelden te identificeren.
INFO
Op www.duiken.nl staat een film over de wrakken van het Oostvoornse Meer. Het geeft een indruk van de rijke historie.
Meer informatie over archeologie onder water vind je op www.racm.nl en www.lwaow.nl.