Reizen - Alles over de duiksport lees je in Duiken!

Nederland - Om de hoek - Drentse beken

01-01-10

Beeldschoon water

Een halfuur geleden kleedde ik me om. Toen scheen de zon nog, maar al snel daarna dreven dikke wolken over. En omdat ik nou eenmaal niet zonder zonlicht kan fotograferen, sta ik nog hier. Niet in mijn tropenoveralletje aan een wit strand, maar in mijn rubberhandsop bij het Oostervoortse Diep in Drenthe.

Tekst en foto´s: Wilem Kolvoort

Vanaf de brug bij Norg staar ik in het troebele water van een sloot vol herfstige waterplanten. Ik loop al een tijdje te ijsberen en twijfel of het wel de moeite waard is dit grijzige water in te gaan. Met de secchischijf meette ik eerder een doorzicht van zestig centimeter, dat is heel erg weinig. Het lijkt nu nog minder. Met een secchischijf meet je het zicht tot een diepte waarop je de zwart-witte vlakken echt niet meer kunt zien.
In werkelijkheid is het vaak nog geringer, omdat je in zoet water zulke grote contrasten niet tegenkomt. Als ik zeg dat ik in Nederlandse sloten fotografeer, krijg ik vaak de reactie ‘maar je ziet toch niets in dat drabbige water?’ Ik ontken dat altijd, maar begin er nu toch anders over te denken.
Net voor de brug, bovenstrooms en in nogal diep water, zag ik met moeite iets dat leek op een grote spons. En aan de noordkant, even voorbij de stuw, staat de sloot vol glanzig fonteinkruid, grote egelskop en drijvend fonteinkruid. Alles hangt vol met groenbruine slierten draadalg en allerlei troep. Hier is de sloot nauwelijks dertig centimeter diep…

Natuurlijke beekjes
Vroeger was dit Oostervoortse Diep een echt beekje, of ‘diepje’, zoals ze dat in Drenthe noemen. Het meanderde door een drassig groenland temidden van veel oorspronkelijke natuur en hier en daar wat extensief begraasde weilanden. Nu is het een bijna rechte landbouwsloot, met steile oevers en stuwen. Het water is nog tamelijk voedselrijk door resten van meststoffen uit de landbouw. Gelukkig wordt het Oostervoortse Diep ook gevoed door diep kwelwater, wat de helderheid ten goede komt. Door de aangebrachte stuwen is de stroming in diepere delen van deze ‘slootbeek’, zoals zo’n gekanaliseerde beek vaak genoemd wordt, heel gering. Op de bodem ligt een dikke sliblaag. De ecologische waterkwaliteit is nog onvoldoende, zoals dat in heel Drenthe, en eigenlijk in ons hele land, het geval is.
Aan het begin van de vorige eeuw was Drenthe een gebied met natuurlijke beekjes en uitgebreide bossen en heidevelden. Rond de dorpen bevonden zich kleinschalige akkerbouw- en veeteeltgebieden waarop boeren spaarzaam bemesten. Deze natuurlijke mest kwam bijvoorbeeld van schapen, opgevangen in schaapskooien op de hei.
In de jaren vijftig veranderde er veel. De landbouw werd moderner en grootschaliger. Boeren gebruikten ruime hoeveelheden kunstmest op het land om de productie op te voeren en door ruilverkaveling ging veertig procent van het Drentse land op de schop. Beken werden rechtgetrokken, stuwen moesten het water op peil houden ten behoeve van de landbouw. Met meststoffen en pesticiden bezwangerd drainagewater stroomde vrijelijk de gekanaliseerde beken in. Door de toenemende bevolking en uitbreidende industrie werd ook meer rioolwater afgevoerd en vaak ongezuiverd op het oppervlaktewater geloosd.
Vissen en andere waterdieren stierven door zuurstofgebrek en vergiftiging door pesticiden. Planten groeiden niet meer door gebrek aan licht. Oorspronkelijke vissen zoals beek- en rivierprik, winde en serpeling verdwenen bijna allemaal uit de slootbeken. Economie was het toverwoord; ecologie, ofwel het welzijn van plant en dier, telde niet.

Prachtige resultaten
In de jaren zeventig begon men in te zien dat het zo niet langer kon. Zoals overal in Nederland verrezen ook in Drenthe rioolwaterzuiveringsinstallaties. De industrie moest voortaan haar eigen rioolwater zuiveren en overbemesting in de landbouw werd aan banden gelegd. Ondanks al deze maatregelen bevatten veel Drentse sloot­beken tot op heden te veel voedingsstoffen, waardoor de ecologische waterkwaliteit op de meeste plaatsen nog onvoldoende is.
Gelukkig bestaat inmiddels een breed draagvlak voor een beter milieu. Diverse projecten moeten de beken weer in hun oude, min of meer natuurlijke staat terugbrengen. Dit gebeurde al met delen van de Drentse Aa, het Oude Diep, de Vledder Aa en het Loodiep, met prachtige resultaten. Op veel plaatsen zijn vistrappen aangebracht om vissen te helpen hun bovenstroomse paaiplaatsen te bereiken. Sinds 2000 geldt de Kaderrichtlijn Water die alle EU landen verplicht voor 2015 de ecologische en chemische kwaliteit van hun oppervlakte­water ingrijpend te verbeteren. Dit geeft ook de Drentse projecten een extra impuls.

Mysterieus doorkijkje
Inmiddels begint de zon spaarzaam door te breken en kan ik niet langer wachten. De verwarmende zonnestralen sturen me het water in. Dwars door een bos brandnetels glijd ik van de steile oever de sloot in.
Mijn camera is voorzien van een 10-20 mm objectief, hierdoor kan ik dichtbij komen en toch alles op de foto krijgen. Hoe kleiner de afstand tussen de camera en het object, hoe helderder en contrastrijker de foto wordt. En dat is hier hard nodig.
Wat er aan de bovenkant uitziet als een rommelig waterplantenlandschap met afstervende draadalgen, ziet er eenmaal onder water bijna surrealistisch uit. De bladeren van de grote egelskop vormen samen met allerlei slakken een sfeervol beeld in het mistige water. Verderop hangen de stengels van het drijvend fonteinkruid barstensvol plukken draadalg, wat voor een mysterieus doorkijkje zorgt. Doordat het zicht zo beperkt is, word ik elke halve meter verder met een nieuw beeld verrast. Gelukkig stroomt het hier redelijk en verdwijnt het opwervelende slib snel stroomafwaarts, zodat ik daarna toch nog een foto kan maken.

Vluchtafstand
Ik klim over de stuw en snorkel naar de mooie spons die ik dacht te hebben gezien. Onder de brug bots ik tegen een oude verfomfaaide muskusrattenvangkorf die vol gegroeid is met zoetwaterspons. Mooi, maar helaas te donker om te fotograferen. Dan staat daar, net in het zonlicht, een schitterende spons met heel veel ‘armen en benen’. Overal kruipen waterpissebedden en hij is prachtig groen door de erin levende algen. Zo wordt deze snorkeltocht door het Oostervoortse Diep toch nog boeiend. Ook in troebel water kun je dus sfeervolle foto’s maken, maar gebruik dan wel een sterke groothoek- of zelfs fisheye-lens. In dit laatste geval moet je de ronde rietstengels voor lief nemen…
In veel andere Drentse beken had ik beduidend betere omstandigheden, maar soms was het zicht zo slecht dat er helemaal niet te fotograferen viel. In de Reest bijvoorbeeld, een riviertje op de grens met Overijssel. Daar was het water zo bruin en troebel dat je geen hand voor ogen zag. De meest heldere omstandigheden trof ik aan in herstelde of met veel kwelwater gevoede beken, zoals de Drentse Aa, het Oude Diep, de Geeserstroom en de sloten achter Rheebruggen. Veel vissen zaten er nog niet in en de paar die er wel zijn, zag ik zelden. Vaak was het zicht namelijk nog niet de helft van de vluchtafstand. Met andere woorden: ze waren weg voor ik ze kon zien. De zijlijn, het orgaan waarmee vissen drukverandering en beweging waarnemen, trekt zich immers weinig aan van troebel water!

Dit artikel is gepubliceerd in Duiken 3/2008

Reageer op dit artikel

Afzender:

Uw waardering

Bericht:

 


Reacties op dit artikel




Klik hier om je in te schrijven
Nederland België

Copyright © Vipmedia 2010   -   Privacy statement   -   Disclaimer