Reizen - Alles over de duiksport lees je in Duiken!

Indonesië - Het sprookje van Komodo

01-01-10

Vele mythen zijn er bekend over Komodo, meestal met de Komodovaraan in de hoofdrol. Deze indrukwekkende varaan met een prehistorisch drakenuiterlijk zou volgens een oude mythe samen met een jongetje als tweeling op de wereld zijn gebracht door de ‘Dragon Princess’, Putri Naga.

Tekst en foto: Patrick Beijk

Haar broertje kreeg een normaal leven, maar de babydraak (Orah genaamd) was schijnbaar toch een onverwacht schepsel en werd ­verbannen naar het bos. Het toeval wilde dat jaren later haar eigen broer tijdens een jachtpartij Orah bijna zou spietsen. Plotseling verscheen de oogverblindende Putri Naga en vertelde de waarheid: «Beschouw haar als je gelijke, want jullie zijn een tweeling.»
De varanen worden tot op de dag van vandaag door de eilandbewoners van Komodo met veel respect behandeld, sommigen gaan zelfs zo ver dat ze offers brengen aan Putri Naga en de draak in de hoop advies en geluk te
ontvangen. Wij ontdekten op onze rondreis op de Phinisi Ambasi Cruise dat het sprookje verder gaat. Op Komodo heb je nog ongerepte natuur en een fantastische onderwaterwereld.

De Phinisi Ambasi Cruise
De verwondering in de ogen van de baliemedewerkster op Bali bij het zien van onze bagage zegt genoeg. Om mee te mogen met een oude tweemotorige Fokker 27 naar Labuan Bajo, ten noorden van Flores, moeten we zelf, inclusief handbagage, op de weegschaal. ‘Onderwaterfotografen…’, probeer je nog zonder succes.
Met een welkomstdrankje in de hand bepalen we als groep de route voor de eerste dagen aan de noordzijde van Komodo en Rinca. We zetten koers richting de varanen in Loh Liang National Park, maar na een paar uur varen stoppen we bij het eilandje Sabayur Kecil voor onze eerste duik!
Het water is heerlijk warm als we langzaam af­dalen naar een diepte van ongeveer twintig meter. De diversiteit van zacht koraal en grote sponzen met een volledig palet aan kleuren dringt eigenlijk nog niet eens door of we komen al een parmantige karetschildpad tegen. Zonder op of om te kijken zwemt hij om ons heen. Met zijn snavel hapt hij nonchalant in een stuk spons en geweikoraal alsof het de knapperige korst van een pizza is. Ondanks de vele foto’s die we al van schild­padden gemaakt hebben, blijven ze toch altijd een mystieke aantrekkingskracht houden. Mooi ­gestroomlijnd glijdt hij naar het volgende koraalblok met een grote waaier waar een paar Oosterse diklipvissen hangen. Opvallend is hoe rustig de zee aan de oppervlakte oogt, maar hoe heftig het spel van stromingen in de diepte is. De oorzaak is een strook ruige eilanden die als een soort ­natuurlijke barrière vanaf Bali naar het oosten loopt, richting provincie West- en Oost-Nusa Tenggara met het Komodo National Park ongeveer in het midden. Door het getijdenspel worden grote ­watermassa’s tussen de eilanden door geperst. Dit zorgt er wel voor dat de riffen hier gekenmerkt worden door veel onderwaterleven met een grote variëteit.

Zebrakrabben met eitjes
Een fantastische zonsondergang met een opkomende volle maan is de aankondiging van onze nachtduik. Anton, de duikgids, is vanaf het eerste moment druk met speuren naar ‘muck’, het kleine spul. Al gauw vindt hij een harlekijnspookfluitvis in roodgekleurd zacht koraal. De eerste foto is nog niet gemaakt of Anton tikt alweer voor zebra­krabben met eitjes in een kleurige zee-egel. Verderop wordt er een sterrenkijker gevonden. Als kleine jongetjes in een speelgoedwinkel schieten we heen en weer, naaktslakken, kaurischelpen, verschillende soorten spookfluitvissen, de flitsers kunnen deze weldaad nauwelijks aan.

De Komodovaraan
Onverwachts valt een grommende varaan een wat kleinere aan, staand met de bekken open happen ze naar elkaar en lijkt het even een scène uit Jurassic Park. Onhandig eindigt dit kortstondige gevecht boven op twee soortgenoten, waardoor er een vreemdsoortig hoopje varanen ontstaat dat weer net als voor de aanval, in standje ongemakkelijk, passief blijft liggen.
«You’re lucky!» roept de ranger aan het einde van deze zeldzame voorstelling. Om dit fantastische schouwspel te kunnen zien zijn we ‘s nachts doorgevaren naar Loh Liang ten oosten van Komodo. Zo kunnen we met de ochtendstond het reservaat bezoeken en ontlopen we de hitte. De Komodovaraan is pas in 1911 ontdekt door de Nederlander Van Hensbrack. Met zijn lange ‘­slangentong’ en reukzintuig weet een varaan een kadaver op kilometerafstand te traceren om het vervolgens aan stukken te scheuren. Ook jonge varanen staan op het menu, vandaar dat deze het eerste jaar vooral in bomen leven. Deze familie van de hagedis leeft hier zoveel ­mogelijk in haar natuurlijke habitat. Ook op de eilanden Padar, Gili Motong, West-Flores en Rinca komen ze voor. Het reservaat op Rinca, in de Horse Shoe Bay, zullen we later nog bezoeken; een rustieke baai tussen de heuvels waar je veel apen, zwijnen, vogels, herten en buffels aan de waterkant ziet.

Toplocaties
Kenmerkend voor het noorden is de onvoorspelbare en soms extreme stroming. Behalve sportieve uitdagingen brengt deze stroming meestal ook uitzonderlijk helder water met uitzonderlijk veel vissen. Ten opzichte van het zuiden van Komodo is het water lekker warm (26 - 28 graden Celsius). Dit zijn de toplocaties die wij aandoen:
Castle Rock (‘Hard-to-find Rock’): Een pinnacle die vanaf een paar meter onder water glooiend de diepte in loopt. Misschien wel de mooiste duikstek van Komodo. Het water is kraakhelder met grote scholen snappers, diklipvissen, vleermuisvissen, witpuntrifhaaien, fuseliervissen, kogelvissen, ­en napoleonvissen. In een indrukwekkende dansshow schieten mooie Japanse snappers, horsmakrelen en zwarte snappers langs elkaar heen.
Makasar Reef: In deze relatief ondiepe watervlakte tussen de heuvels kom je erg veel manta’s tegen. Tijdens het varen horen we dit keer niet ‘Dolphins! Dolphins!’ maar continu ‘Manta’s! Manta’s!’. Wij zien in deze watervallei meer dan honderd manta’s. Tot op heden is er nog geen poetsstation gevonden, maar ook zonder duidelijke route kom je tijdens een driftduik of snorkeltour genoeg van deze majestueuze dieren tegen.
Batu Bolong: Een duikstek voor gevorderden! Wij gaan vanaf de zuidkant via het oosten door een soort van canyon naar de noordkant. We treffen hier veel rifhaaien, tonijn, schildpadden, diklipvissen en napoleonvissen. Op een redelijk steile wand zorgen grote tafelkoralen, gorgonen, waaiers en sponzen en zacht koraal voor een mooi schouwspel. Alleen met een goede timing tussen eb en vloed kun je qua stroming het eiland rond, het noorden is mooier maar het zuiden ligt meer in de luwte.
Pink Sand Beach: Op ruim twintig meter beginnen we met een fantastisch koraalblok dat waanzinnig mooi begroeid is met hard maar vooral veel zacht koraal. Tijdens een rustige driftduik zien we opvallend veel soorten anemoonvissen en naaktslakken. Zelfs Coleman garnalen en zebrakrabben in fel­gekleurde zee-egels, een sterrenkijker en een comet longfinfish met nog meer witte stipjes dan de paddenstoel van kabouter Plop.

Zuidroute
Na nieuwe voorraden te hebben ingeslagen in Labuan Bajo besluiten we nog richting het zuiden te gaan. Geen gemakkelijk keuze, want de schitterende drop-offs met ruig begroeide steile wanden ten noorden van Flores trekken ook. Uiteindelijk vallen we toch voor de felgekleurde ­koraaltuinen van het zuiden met meer kans op hengelaarvissen en bladvissen. Het zicht is hier over het algemeen wat minder en de watertemperatuur is ook wat lager (21 – 26 graden Celsius), maar daardoor heeft het een ander onderwaterleven dan het noorden. Veel veren, waaiers, zeekomkommers, zacht koraal en overweldigend veel openstaande gele poliepen die normaal gesproken alleen met een nachtduik uitstaan. In Horse Shoe Bay varen we na het bezoeken van het reservaat op Rinca, richting Cannibal Rock. De naam komt van een vraatzuchtige varaan die luidruchtig een soortgenoot verslond.

Nog veel te ontdekken
Na een paar schitterende duiken in de buurt van Cannibal Rock, waaronder ook de Chinese Mountains met grasvelden van gele poliepen, verkennen we een nieuwe duikstek, vlakbij een droomeilandje met een romantisch strand. De stek levert ons een zandbodem met het hele scala aan spannend klein spul, mantisgarnalen, verschillende spookfluitvissen, kaurischelpen. Stiekem denk je aan Lembeh. Uiteindelijk is de overdaad aan mandarijnvisjes voldoende reden om dit speciale stekje in het logboek te dopen tot Mandarin Reef.

Info
Eigen Wijze DUIKreizen, telefoon 0546-454040.
Email: Info@ewdr.com. Website: www.ewdr.com.

Dit artikel is gepubliceerd in Duiken 2/2007

Reageer op dit artikel

Afzender:

Uw waardering

Bericht:

 


Reacties op dit artikel




Klik hier om je in te schrijven
Nederland België

Copyright © Vipmedia 2010   -   Privacy statement   -   Disclaimer