De Rubis is een Franse duikboot, gebouwd op de scheepswerven van Toulon.
Deze mijnenlegger is de nummer vier van het type ‘Saphir’ in een reeks van zes.
Op 30 september 1931 ging de Rubis te water, in 1958 werd hij afgezonken.
Nu is het een van de mooiste wrakken in de Middellandse Zee.
Tekst en foto´s: Vic Verlinden
Archiefbeelden: Wreck Dive Team

Nadat hij in de vaart is genomen in 1933, wordt de Rubis gestationeerd in Toulon. Drie jaar later vertrekt de duikboot met drie zusterschepen (Turquoise, Saphir en Nautilus) naar de haven van Cherbourg, waar hij dienst doet als opleidingsschip. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 9 september 1939 staat de Rubis onder bevel van Commandant George Cabanier. Het schip wordt overgebracht naar Engeland, de volgende vijf jaar zou de Rubis geen Franse haven meer aandoen...
Vanuit Engeland onderneemt de bemanning verscheidene acties om mijnen te leggen voor de kust van Noorwegen. Bij een van deze operaties dringen zij met de Rubis meer dan veertig mijl binnen de vijandelijke linies door, in de buurt van Bergen. Een Duitse destroyer ontdekt echter de duikboot, waardoor zij meer dan 35 uur onder water moeten blijven om niet vernietigd te worden. Vlak daarna wordt de Rubis omgebouwd op een Engelse scheepswerf, zodat de duikboot ook Engelse mijnen kan leggen. Tussen april 1941 en december 1944 neemt het schip deel aan meer dan twintig operaties en legt de bemanning daarbij ruim 680 mijnen. Na het beëindigen van de vijandelijkheden in 1945, wordt de Rubis ontwapend en uit de vaart genomen. De duikboot-mijnenlegger kwam ongedeerd door de oorlogsjaren heen.
Laatste rustplaats
Na de oorlog doet de onderzeeër dienst om jonge duikbootrekruten wegwijs te maken, maar varen doet de Rubis niet meer. Halverwege de jaren vijftig is de Franse marine op zoek naar een sonardoelwit; zij wil duikbootbemanning trainen en vertrouwd maken met de Asdic. ‘Asdic’ staat voor Anti Submarine Investigation Commision, een door de Britten gebruikt systeem om Duitse onderzeeërs op te sporen. De Rubis, die men toch al wilde ontmantelen, blijkt een geschikt oefenobject.
Enkele jaren later, op 31 januari 1958, maakt de Rubis zijn laatste reis. Sleepboot Samson trekt het schip ruim tweeënhalve kilometer uit de kust van Cap Camarat, waarna commandant Riffaud negen kilogram springstof in zijn staart plaatst. Enkele minuten later zinkt de eens zo trotse duikboot naar zijn laatste rustplaats op de bodem van de Middellandse Zee.
Nog eenmaal komt de Rubis in het nieuws, in 1976. Het Franse marineschip Guepratte stoomt op naar de plaats waar de duikboot is gezonken. Aan boord houden nabestaanden een plechtigheid, waarna de as van Admiraal Cabanier aan de zee wordt toevertrouwd. Dit volgens zijn laatste wilsbeschikking. Cabanier was voormalig bevelvoerder van de Rubis en later stafchef van de marine.
Op verkenning
Uitvalsbasis voor onze duiken is het goed uitgeruste European Diving Center in Ramatuelle, vlak bij St. Tropez in Zuid-Frankrijk. Het duikcentrum ligt maar vijf minuten varen verwijderd van het wrak. Er staat ons een solide zeven meter RIB met tweehonderd pk motor ter beschikking, die afvaart vanaf het strand. Voorzichtig dragen we het materiaal en de camera’s door het water, een aanlegsteiger is er niet. Basisleider Alexander Vögl, die al achttien jaar actief is in deze regio, weet het wrak zonder problemen te lokaliseren. We spreken af de eerste duik te benutten om het wrak te verkennen en verschillende camarastandpunten te bepalen. De Rubis ligt op veertig meter diepte en we hebben per duik maar vijftien minuten tijd om opnamen te maken. Samen met mijn duikbuddy en onze Finse teamgenoten maak ik me klaar voor een eerste kennismaking met dit wrak.
Bij het afdalen aan de ankerlijn voel ik een lichte stroming. Het zicht is echter goed en op twintig meter doemen de indrukwekkende contouren van de Rubis al onder ons op. Het schip bevindt zich op een zandbodem en staat mooi rechtop. Onmiddellijk valt me de grote commandotoren op die nog gedeeltelijk intact op de romp staat. Wanneer we naar de boeg zwemmen, zie ik verschillende luiken open staan. Het is echter verboden in het wrak af te dalen. Veel van de bovenste dekplaten zijn weggeroest, je kunt duidelijk de grote buffers voor de samengeperste lucht zien. Ook de pompen, kranen en diverse leidingen zijn duidelijk zichtbaar. Even verderop constateer ik dat de boeg mooi bewaard is gebleven en ook de zware netzaag is nog goed te onderscheiden. Die zal later een dankbaar onderwerp vormen voor mijn onderwateropnamen! Langs de zijkant is de boeg begroeid met gorgonen in verschillende kleuren.
We zwemmen de volle lengte van het wrak terug om de achterzijde te verkennen. Hier is het wrak meer beschadigd. Dat komt door de explosie die de Rubis deed zinken. Ook de twee schroeven, in 1978 nog door een duikteam gefotografeerd, zijn nu verdwenen. In het wrak wonen enkele grote kongeralen en een kreeft. Weer bij het ankerkoord aangekomen is onze bodemtijd verstreken en maken we ons klaar om onze decompressie te beginnen. De onderzeeër laat een grote indruk op me achter. Het wrak is niet voor niets door Franse duikers uitgeroepen tot het op een na beste wrak in de Middellandse Zee.
Storm
Wanneer we de volgende dag het wrak op de gevoelige plaat willen vastleggen, is het weer spelbreker. Er staat een stevige storm met windkracht acht, zodat uitvaren onmogelijk is. Ons rest niets anders dan alle winkelstraten van St. Tropez af te dweilen met onze echtgenotes… St. Tropez en omgeving zijn prachtig. De streek bezit mooie landschappen, het is zeker de moeite waard enkele uitstappen te maken. Vooral het pittoreske Port Grimaud met zijn kanalen is een aanrader.
Na twee dagen is het weer beter en kunnen we onze duikactiviteiten hervatten. Kostbare duiktijd ging verloren, die krijgen we niet meer terug. Er resteren nog slechts twee duiken om het wrak te fotograferen en het zicht is door de storm een stuk verslechterd. Gelukkig is er veel minder stroming dan bij de eerste duik en kunnen we ons gemakkelijker verplaatsen op het wrak. Alexander vertelt later dat de stroming soms zo sterk is dat je absoluut aan het ankerkoord moet afdalen om niet van het wrak af te drijven voor je beneden bent. Onze duiktijd besteden we aan het maken van zwart-wit opnamen.
Ik wil de sfeer op het wrak weergeven, maar door het bewolkte weer verdwijnt de zon steeds. Het is moeilijk de juiste belichting te meten.
Ook de laatste duik besteden we aan fotografie. We laden de camera met diafilm om enkele opnamen van dichtbij te maken. Alles verloopt verder zonder grote problemen. Als ik de laatste maal opstijg via de ankerlijn, kijk ik nog een keer om naar de Rubis, de mooiste duikboot van Frankrijk.
Technische info
Type: Duikboot-mijnenlegger
Gebouwd: Scheepswerf Toulon 1931
Tewaterlating: 30 september 1931
Lengte: 66 meter Breedte: 7 meter
Hoogte: 8 meter
Motor: Vickers-Armstrong (3900 pk)
Snelheid: 12 knopen aan de oppervlakte
Lading: 32 mijnen