
Het is geen exotische duikbestemming, Cornwall in Zuidwest Engeland, maar zo voelt het voor ons wel. Het water is in juni net zo helder (ca. 5 meter zicht) en koud (13 graden) als in Nederland, maar het landschap en zijn bewoners zijn wel exotisch: anders, kleurrijk en mooi. Na 9 duiken in Cornwall zijn we helemaal om: we want more!
Vanaf het strand bij St. Keverne stappen we het water in. Gezicht onder water, en al gauw zitten we tussen de wieren. Het wuivende kelp zorgt ervoor dat mijn hele gezichtsveld beweegt. Het lijkt alsof de hele bodem verschuift. Niet al te veel naar kijken, het werkt nogal desoriënterend. Tussen de wieren door zien we de rotsblokken opdoemen, waaromheen en tussendoor we onze duik kunnen maken. Deze plek, Drawna Rocks, staat bekend als een van de mooiste kantduiken in heel Engeland. Het is in ieder geval een plek waar we diverse keren buiten ons boekje gaan. Dat wil zeggen, we zien verschillende dieren voor het eerst ‘live’, die we tot dan toe alleen in de boeken hadden gezien. En dat is steeds weer genieten.
We willen tijdens onze autorondreis door Devon en Cornwall ook een paar duikjes maken. Een duikschool in Plymouth raadt ons Porthkerris Divers in St. Keverne aan. Via internet zoeken we vlakbij de duikstek een bed&breakfast en vinden een heerlijke plek in St. Keverne: Parc-an-Grouse bij Sue en Chris. Met de tuinslang kun je je spullen spoelen en in de schuur is plek om je natte pak te drogen. Vandaar is het ca. 15 minuten rijden/hobbelen via smalle holle kronkelige weggetjes met prachtige bermen en een adembenemend uitzicht over de baai. Porthkerris Divers zit middenin de verhuizing naar een nieuw gebouw, met balie, winkel en aparte opleidingsruimte. Bezoekende duikers lopen af en aan. Er zijn kampeerplekken, en tot mijn genoegen ook een ruim toiletgebouw met wasbakken en douches, en een aparte spoelplek. Vanaf het strand kun je met 2 verschillende boten de zee op voor wrakduiken en ander moois. En 50 meter verderop ligt dus de kantduikplek. Via een touw op de kale rotsen daal je een paar meter af naar het strand en plonzen maar!
We raken meteen geïntrigeerd door de begroeiing op de rotsen en de vele spleten en doorgangen. Een bonte Galatheakreeft zit in een donkere overhang mooi rood te wezen. En ik word helemaal blij als we een tompot blenny betrappen in zijn schuilplaats. Vanonder zijn grappige hoorntjes en van boven zijn dikke lippen kijkt hij alsof hij wil zeggen: ik was het niet, ik heb niks gedaan! Veel vis is er ook, de pollak zwemt je om de oren en de mooie gevlekte lipvis wil geregeld op de foto. Elke meter biedt weer nieuws. De ijszeesterren zijn er in overvloed maar we blijven ze prachtig vinden. Opeens schrik ik van iets groots met enorme poten. Een grote spinkrab tussen het wier! Wat een joekel. Als ik weer gezakt ben (…) heb ik de rust om het beest te bewonderen.
Op de noordpunt van de rotsformatie is iets meer stroming. Daar kun je dus ook juweelanemoontjes treffen. Prachtige kleurcomposities, het lijkt wel een kunstgalerie onder water. In deze hoek zien we ook hele velden dodemansduim. Nog een ander kleurrijk wezen komen we diverse keren tegen: een paars kwalletje met hele lange dunne tentakels. Vast een goed afweersysteem maar het kan zich ook tegen hem keren, als ze verstrikt raken in de kelpwieren. De kwal doet verwoede pogingen zich uit zijn boeien los te maken, maar dat is best lastig als die boeien je eigen tentakels zijn…
Het leuke is dat je ook oude bekenden tegenkomt. “He, jij ook hier?”denk ik als ik een Noordzeekrab zie zitten. En ook op een andere manier is Nederland opeens heel dichtbij. Welbekende driehoekige structuren doemen op: sepiatentjes! Ze zijn nog leeg op een eenzame slak na. We horen van Engelse duikers dat hier een paar dagen geleden “a Dutch guy” is geweest, die zei dat zulke bamboestokken de sepia’s echt zouden helpen om hun eitjes op af te zetten. “Why not?” zeiden ze, een beetje overdonderd door zo’n gekke vent in een camper. Als wij meteen enthousiast zeggen: “Oh, it must have been Joop Stalenburg, he’s quite famous in Holland”, kijken ze nog vreemder op. “Rare jongens, die Hollanders” – maar dan het Engelse equivalent.
Als we de punt gerond hebben, keren we terug over een stuk kiezelvloer op ca. 8 meter. Zo mogelijk nog mooier dan de rotswanden. Wat een leven is hier te ontdekken! In het open water zien we opeens een vreemde vorm bewegen. Hoewel we het beest nog nooit eerder gezien hebben, herkennen we hem meteen uit de boeken. Een zonnevis! Hij is veel kleiner dan ik dacht maar des te sierlijker, met zijn lange rugvinnen. Al was dit het enige dier dat we dat hele uur zagen, hij maakt de hele duik goed. Helaas (natuurlijk) hebben we die eerste duik geen fototoestel mee, maar een dag later zien we hem weer. Hij is niet schuw maar wel bescheiden: hij laat zich niet makkelijk fotograferen. Steeds weer draait hij zijn smalle kant naar de fotograaf, terwijl je juist ook die mooie vorm en natuurlijk die ronde zwarte punt wilt vastleggen. Uiteindelijk lukt het als ik hem afleidt, en dan kan fotograaf Henkjan Faber zijn naamgenoot Zeus Faber verschalken. Een ander dier dat we tot nu toe alleen maar in de boeken hebben gezien, is de doorzichtige zakpijp. Het vormt delicate ‘trosjes’ op de rotswand. Tot twee keer toe zien we een naaktslakje er vlak bij zitten.
Aan het eind van de duik gaan we opnieuw buiten ons boekje. Ik speur de rotswanden af naar klein leven en zie opeens op een spons iets bewegen. Smalle draadjes verplaatsen zich over het roze oppervlak. Dan zie ik het geheel en herken ik het beestje van de plaatjes. Het is een zeespin! Wat een ragfijn verschijnsel. Het is dat hij aan het lopen is, anders had ik hem nooit als zodanig herkend. Heel erg leuk dat die nu ook in mijn logboekje staat. Uit het boek, in het boek, als het ware.
Duiken in Cornwall
We maken 5 duiken bij Drawna Rocks, en hebben er zeker nog niet genoeg van. Je kunt er ook bijna altijd duiken – behalve als de wind vanuit de oosthoek komt. Dan is de golfslag te sterk om het water in te gaan. Gelukkig zijn er andere kantduikplekken in de buurt, die net in een andere windhoek liggen. Bij Mullion Cove loop je gewoon bij het kleine haventje het water in, waar je om de hoek van de havenmuur een leuke duik tussen kelpwieren en rotsen kunt maken. Lamorna is een leuk klein plaatsje met een cafe en een strandje waarvandaan je kunt duiken. Het landschap onder water is sprookjesachtig met allerlei eilandjes van wier en rotsen op de zandbodem. Bootduiken zijn eveneens mogelijk. Binnen korte tijd (10 a 15 minuten) zit je bij twee interessante duikstekken. The Vase is een steile rots waarvan hele wanden overdekt zijn met juweelanemoontjes. De rotsformatie met grote verticale spleten biedt een prachtig onderwaterlandschap. Het wrak van de Mohegan is enorm, bijna 147 meter lang. Het ligt van 16 tot 26 meter onder water. De vier boilers zijn nog goed herkenbaar. Het verhaal van de schipbreuk is dramatisch. 107 mensen zijn erbij omgekomen. Het massagraf van 48 van hen is gemarkeerd met een groot granieten kruis naast de kerk van St. Keverne. De scheepvaartmaatschappij Atlantic Transport Company heeft de kerk een venster van glas-in-lood geschonken ter nagedachtenis aan de tragedie.
Tijdens ons verblijf was de zee meestal zeer kalm. Perfecte omstandigheden voor de basking sharks, die dan aan de oppervlakte dobberen met hun bek open om plankton te eten. Helaas hebben wij ze niet gezien, maar ze zijn in deze periode wel gespot op een plek verderop.
Kosten
Overal in Engeland betaal je voor parkeren (“pay and display”).
Bij Porthkerris Divers kost 1 dag parkeren 2 pond, ongelimiteerd kantduiken p.p. per dag 3 pond, 2 bootduiken per dag 40 pond.
Bij Mullion Cove is parkeergeld voor het goede doel, duiken kost 5 pond per duiker per keer.
Bij Lamorna betaal je alleen voor het parkeren, wij voor de duur van een duik 3,60 pond.