Augustus en september zijn bij uitstek de maanden om vrij zwemmende vis te spotten in de Oosterschelde. Zoetersbout en Gorishoek zijn hiervoor de bekende duikplaatsen. Ook de Tetjes en Bergse Diepsluis. Maar deze stekken verbleken bij de aantallen die worden gesignaleerd onder de Zeelandbrug. De pijlers van dit infrastructurele kunstwerk over de Oosterschelde vormen tocht wel dé hotspot als het gaat om harders, brasem, pollak en zeebaars.

Ook de sportvissers weten dit. Voor hen zijn met name de baarzen een zeer gewaardeerde vangst. De komende weken zal je dan ook meer hengelaars aan de kant ontmoeten dan gebruikelijk. En kwalijk nemen kun je het ze niet met volwassen exemplaren van bijna een meter en ruim tien pond. Net als wij duikers hebben ook zij een hobby waar ze van moeten kunnen genieten en verboden is het niet om daar vanaf de kant te vissen. Dit in tegenstelling tot het (sport)vissen vanuit bootjes. Wijs ze daar vriendelijk op en leg uit dat het voor de duikers gevaarlijk kan zijn. Mocht dat verzoek aan dovemans oren zijn gericht, meld het dan aan de Waterpolitie.
Zie onderstaand kader voor nadere informatie >>

Terug naar de zeebaars. Medio mei komen zij naar onze kustwateren, mager en vermoeid van de lange reis uit het zuiden. Nadat ze hier hebben gepaaid, zullen ze volop gaan eten om half juni alweer in topconditie te zijn. Dan zijn ze schichtig en zie je ze als duiker zelden. Soms in een flits, pijlsnel op jacht naar voedsel. Maar nooit snel genoeg om te goed te beseffen wat je ziet. Vanaf medio augustus begint de torpedovormige lichaamsbouw van de zeebaars te veranderen. Ze lijken hoger en dikker te worden en eind september zijn ze meestal kogelrond. Dit is noodzakelijk om de tocht naar het zuiden opnieuw te kunnen maken. Daarvoor scholen ze samen op plekken waar volop voedsel is dat zonder al te veel moeite kan worden verslonden. Zoals bij de Zeelandbrug, voldoende stroming en iedere dag verversing. Na enkele weken bij de pijlers te hebben rondgehangen, zullen ze plotsklaps van de ene op de andere dag zijn vertrokken. Vertrokken naar hun vaste overwinteringsgebied, doorgaans rond de uitgestrekte riffen voor Franse kust.
Foto's: Dennis Barendse & Janny Bosman
Film & tekst: Peter van Rodijnen
“Wettelijk gezien bestaat er geen 'duikcorridor' bij de Zeelandbrug. Het is destijds een initiatief geweest van het gezamenlijk duikoverleg binnen de provincie Zeeland toen er nog een duikverordening bestond. Het is echter nooit vastgelegd in regelgeving. Er staan wel borden conform het Binnenvaartpolitiereglement (BPR), om aan te geven dat er duikers in het water kunnen zijn. Van de vaarwatergebruikers wordt dan verwacht dat zij afstand houden en langzaam varen. Het duiken bij een brug is conform ditzelfde BPR verboden. Voor de Zeelandbrug is echter een uitzondering gemaakt voor de eerst twee pijlers aan de noordzijde. Alle andere pijlers zijn dus verboden duikgebied. Vissers die vanaf de wal vissen hoeven zich niet aan deze regels van het BPR te houden. Voor deze groep kan alleen een beroep gedaan worden op hun gezond verstand en inschikkelijkheid zoals dat ook voor de duikers van toepassing is. Onder de Zeelandbrug liggen ook mosselpercelen. Door de werkgroep waar de duiksport ook in vertegenwoordigd was door de NOB, is met de visser die deze percelen exploiteert afgesproken dat hij voordat hij gaat vissen een waarschuwing plaats op de dijk bij de trap. Daarnaast mag er op korte afstand van de brug ook gevist worden door andere beroepsvissers met schietfuiken, staandwand en kubben. Zij dienen deze vistuigen aan de oppervlakte te markeren met boeien. Deze boeien kunnen tot enkele honderden meters uit elkaar staan, afhankelijk van het uitstaande vistuig. Iedere sportduiker dient dus te allen tijde te kijken, voordat hij/zij te water gaat, of dit veilig kan. Zijn er sportvissers in de buurt, maak afspraken. Zijn er mosselboten bezig, ga niet duiken! Zij beroeren de bodem tijdens het vissen en dan kan het zicht tot nul gereduceerd zijn. Bij twijfel over de situatie, ga dan ergens anders duiken, of informeer bij collega-duikers die goed bekend zijn op deze duiklocatie. Meldingen over misstanden kunt u doen via 0900 8844 en vragen naar Waterpolitie Unit Zeeuwse Stromen. Bij calamiteiten kunt u het landelijk alarmnummer 112 bellen.”
Bron: Frank van der Vegte - Korps Landelijke Politiediensten -
Waterpolitie - Unit Zeeuwse Stromen