Voor de duik op de Markgraf zijn we iets vroeger vertrokken dan normaal. Na een heerlijk ontbijtje op de Halton, het in orde maken van het materiaal en analyseren van de gassen zijn we na een uurtje varen aangekomen bij de boei welke de Markgraf markeert. Aangezien dit een wrak is met een maximum diepte van 46 meter hebben Wouter en Petter deze duik gepland met een trimix 21/35 (21% zuurstof en 35% helium) en 50% zuurstof als decompressiegas.
We zijn via de shotline naar beneden gegaan. Deze eindigt op de ankerketting van dit slagschip. Deze ankerketting is tijdens het zinken om het wrak heengewikkeld. Het wrak is vervolgens ondersteboven op de bodem beland. Om onder andere de opbouw en de kanonnen te zien moeten we dus tot de maximale diepte duiken.
Deze duik is zeker een van de mooiste tot nu toe! Er zijn diverse kanonnen te zien van een zeer groot kaliber. We zijn nagenoeg onder het gehele wrak van ongveer 150 meter lengte doorgekomen. Aan de achterzijde van het wrak zijn onder andere de officiersverblijven te zien. Door de patrijspoorten zijn diverse artefacten te zien. Vaak ben je vooral aan het speuren tussen al het “schroot” dat op de bodem ligt, maar op een gegeven moment signaleert Wouter met zijn lamp naar Petter. “Kijk eens naar boven!”. Wanneer je het grote geheel in perspectief ziet voel je je eigenlijk heel klein naast een wrak ter grote van een appartementencomplex..

Foto Mark van den Oetelaar
Aangekomen bij de achterzijde zijn we een paar meter gestegen en zijn we tussen de twee grote roeren (bijna vijf meter hoogte!) doorgezwommen. De drie schroeven welke hier van origine op waren gemonteerd zijn (helaas) geborgen, maar de grote schroefassen maken nog steeds een behoorlijke indruk! We zijn langs de boeg van het wrak, een beetje uit de stroming , teruggegaan tot we op een gegeven moment de shotline weer tegenkwamen. We zijn nog een stukje doorgegaan richting de boeg, maar hier heeft het wrak een behoorlijke schade opgelopen door bergingswerkzaamheden. Tijdens deze bergingswerkzaamheden zijn de hier aanwezige torpedo’s geëxplodeerd en deze hebben een groot gat achtergelaten. Op het achterschip is tevens schade te zien door het bergen van de turbines en ketels.
Na ruim een halfuur bodemtijd zijn we in eerste instantie via de shotline opgestegen. Op 21 meter hebben we de switch gemaakt naar het decompressiegas. Op 12 meter diepte hebben we een boei geschoten en de shotline verlaten om in het blauwe verder te decomprimeren.
Dresden II
De Markgraf ligt het diepst van de wrakken in Scapa Flow. Wanneer je dit wrak geheel wilt zien zul je dus trimix als ademgas moeten gebruiken. Een aantal duikers hebben om deze reden een iets ondiepere duik gemaakt op het nabij gelegen wrak de Dresden. Nadat alle duikers die op de Markgraf hebben gedoken weer aan boord zijn zet de boot koers richting een blauwe boei. Mark en Phil nemen samen het duikplan door en analyseren de ademgassen.
De Halton brengt ons naar the droppoint. Wij zetten de afdaling in en na ongeveer vier minuten belanden we op dit wrak dat tussen de 16 en 38 meter ligt. We verlaten de shotline voordat we de onderzijde van het wrak benaderen. We volgen de ankerketting welke verspreid over de zeebodem ligt. Hier en daar is het wrak begroeid met zeedahlia's, zeesterren en dodemansduim. Onder een rotsblok ligt een noordzeekrab en een leng verscholen. We draaien ons om en gaan richting het achtersteven. Daar zien wij het ankergat waar de grote ankerketting, in het verleden, doorheen gehaald werd. We dalen weer af naar de bodem en we zien een Long Clawed Squat Lobster en even verderop weer de welbekende kannonen van een groot kaliber. Nadat wij de kanonnen voorbij zwemmen zien wij mogelijkheden tot wrakpenetratie. Tijdens deze penetratie zien we de poten van een uit de kluiten gewassen noordzeekrab.

Foto: Mark van den Oetelaar
Phil schiet zijn SMB - Surface Marker Buoy - omhoog en we stijgen langzaam op. We dobberen lekker rond in het water tot de Halton ons komt oppikken. Aan boord van de Halton kunnen we weer lekker opwarmen en bijkomen onder het genot van een kop warme thee.
Bijkomen
Kieran heeft voor ons een lekkere pan vol met fusilli, gehakt en voor de liefhebbers een flesje tobasco voorgeschoteld. Na dit stevige maal hebben we een briefing gekregen voor de duik op de Cöln.

Foto: Mark van den Oetelaar
Cöln II
De wrakken van de battlecruisers liggen hier bijna alle op de zijkant. In dit geval ligt het wrak van de Cöln op haar bakboordzijde. We hebben de shotline gevolgd welke ongeveer halverwege het wrak is vastgemaakt. Vanuit het midden van dit wrak, welke ongeveer 120 meter lang is, zijn we het wrak ingegaan onder het dek door. Aan de onderzijde kun je er weer uit door een klein gat op ongeveer 35 meter diepte. Vanaf het achtersteven zijn we het gehele dek over gekomen. Dit wrak is na bijna honderd jaar op de zeebodem nog aardig intact. De opbouw met de masten, kanonnen van divers kaliber, winches en de davits zijn zeer kenmerkend. Het overbruggen van deze afstand welke we tegen de stroming in hebben afgelegd loont zich op de terugweg over de boeg. We kunnen ons al driftend laten meevoeren tot we na een minuut of veertig bodemtijd de opstijging met decostops inzetten.