Zuid-Afrika: Sardine in adrenaline (26-02-2010)
Na het zien van de onderwaterfilm Deep Blue wist ik het zeker: ik wilde de sardine run voor de kust van Zuid-Afrika zelf meemaken. Het spektakel met de enorme scholen vis, opgejaagd door haaien, dolfijnen, vogels en tonijnen... Ik kon aan niets anders meer denken.
Mijn kans kwam toen mijn oog viel op een advertentie: deelnemers gezocht voor sardine run-expeditie 2008. Ik twijfelde geen moment, schreef me in en bingo! In juni zou ik twee weken meegaan met de Wetpixel Ocean Safari, op jacht naar sardines. De sardine run is een gigantische vissenmigratie, waarbij grote scholen vis van de ene plek in de oceaan naar de andere trekken. Ze gaan op zoek naar voedsel (plankton) wanneer het water door stromingen kouder wordt en de algenbloei afneemt. Deze vissoep trekt enorme groepen roofdieren aan, waaronder verschillende soorten haaien en dolfijnen, maar ook zeilvissen, tonijn, Jan van Genten en meeuwen. Dieren die elkaar normaal gesproken naar het leven staan, laten elkaar nu ongemoeid of werken zelfs samen in hun jacht op prooi.
Uitvalsbasis Als we aankomen is het heerlijk weer, de zon zet de ruige Wild Coast (de 250 kilometer lange kuststrook aan de oostkant van Zuid-Afrika) in een schitterend licht. Ongerepte stranden, steile kliffen, watervallen die zomaar uit de rotsen lijken te ontspringen en in zee kletteren… We logeren in het plaatsje Port St. Johns, de perfecte uitvalsbasis voor de sardine run. In principe trekt het natuurfenomeen hier ieder jaar in juni langs de kust, hoewel in 2003 en 2006 geen sardines zijn gezien. We nemen onze intrek in een basic, maar prima hotel. Groot is mijn verbazing als ik erachter kom dat niemand minder dan Didier Noire, de oud-cameraman van Jaques Cousteau, een verdieping boven mij slaapt. Hij werkt voor de BBC, die ook met een crew aanwezig is voor een nieuwe film over de sardine run. Het toeval wil dat Didier ook de maker is van verschillende scènes uit mijn geliefde film Deep Blue, waardoor ik geïnspireerd raakte hiernaartoe te komen. Nu leer ik hem hier, juist op deze plek, persoonlijk kennen. Wat een eer! Helaas slaat het mooie weer een dag na aankomst om. Het begint te regenen en het lijkt nooit meer op te houden. Een van de lokale bewoners vertelt later dat dit de hevigste regenbui is in twintig jaar. Het water in de rivieren stijgt razendsnel en in omliggende dorpen komen zelfs enkele mensen om het leven. Pas na drie dagen wordt het weer helder. Maar nu hebben we een nieuw probleem: de overvolle rivieren lozen vies, bruin modderwater in zee. Resultaat: zicht nul. Er zit niets anders op dan nog een paar dagen te wachten tot de ergste rommel is weggespoeld. Ondertussen bekijken we de omgeving. Gelukkig heeft Zuid-Afrika genoeg natuurschoon in huis om ons flink bezig te houden. Wat een mooi land!
Teamwork Aan het einde van de eerste expeditieweek hebben we meer geluk. Het weer is goed, de golven niet te hoog: we kunnen eropuit. In een rubberboot gaan we op zoek naar de zogenaamde ‘bait balls’. De groep migrerende vissen bevindt zich gemiddeld tussen de veertig en zestig meter diepte, te diep om tussen te duiken. Gelukkig worden we geholpen door dolfijnen. Zij jagen volgens het bait ball-principe: een groepje sardines wordt uit de school naar boven gedreven door middel van goed teamwork. De bange visjes proberen intuïtief bescherming te zoeken bij elkaar door steeds naar het midden van hun groepje te zwemmen. Op deze manier ontstaat een soort ongecontroleerde visbal. Zodra de bait ball los is van de rest, duiken haaien, vogels, tonijnen en andere predatoren eropaf en is er binnen tien minuten niets meer van over. Het echte werk wordt dus door dolfijnen gedaan, zij zijn in staat met elkaar te communiceren en samen te jagen. Haaien zijn hier minder goed in. Het zijn solistische dieren en bovendien raken ze gedesoriënteerd van al die vissen voor hun ogen, zo luidt althans een van de theorieën. Haaien en andere viseters liften mee op het werk van de dolfijnen.
Visrestjes Ook wij liften mee, want zo’n bait ball biedt ons de uitgelezen kans de roofdieren gezamenlijk aan het werk te zien. Zodra ergens activiteit is gespot, racen we er met de rubberboot als een gek naartoe. Zorgen dat je klaarzit, snel overboord en dan hopen dat er nog meer te zien valt dan visrestjes… Onze groep telt gelukkig slechts vijf man, een groot voordeel als je snel het water in en uit moet. Een bait ball verplaatst zich continu en het is natuurlijk sneller om drie of vier duikers uit het water te tillen dan tien. En iedere minuut telt, de groep vissen wordt razendsnel kleiner! Beland je eenmaal in een actieve bait ball, dan weet je niet wat je meemaakt. Vissen die normaalgesproken nooit met elkaar in aanraking komen of in andere omstandigheden zelf als voedsel dienen, concurreren nu met elkaar om de beste hapjes. Tonijnen schieten langs me heen, haaien kijken niet op of om, Jan van Genten voeren duikvluchten uit en scheren voor mijn camera langs. Wat een overweldigend gezicht! De sardine run is voor onderwaterfotografen wat de K2 voor bergbeklimmers is. Het is ongelooflijk moeilijk goede foto’s te maken in deze veldslag. Alles valt of staat met een aantal onvoorspelbare factoren, zoals de aanwezigheid van prooi en predatoren, goed zicht, zonlicht en weinig wind. En dan heb ik het nog niet eens over het maken van de foto zelf: het scherpstellen, het wel of niet flitsen, het kiezen van de juiste compositie. Dat laatste kun je overigens sowieso vergeten. Voor je het weet is je onderwerp weg en als je niet opschiet zijn alle vissen opgegeten en heb je nog niks. Iedere keer opnieuw is het improviseren.
Scherpe tanden Onze beste haaimomenten hebben we de eerste paar duiken, als we in groepjes van twee tegelijk onder water gaan. Later proberen we dit met vier man, maar dit resulteert er direct in dat de haaien zich uit de bait ball terugtrekken. Dolfijnen daarentegen lijken absoluut onbeïnvloedbaar. Zij gaan, net als tonijnen, volledig op in de jacht, ongeacht het aantal duikers dat om hen heen zwemt. Wanneer haaien niet meer gericht zijn op hun maaltijd, krijgen ze ineens aandacht voor duikers. Terwijl ik mijn best doe een groep dolfijnen in actie vast te leggen, komt een tijgerhaai langzaam dichterbij. Ik heb niets in de gaten en blijf focussen op mijn onderwerp. Als ik weer op kijk, grijnst een rijtje scherpe tanden op dertig centimeter van mijn hoofd. Gelukkig zijn de haaien hier niet al te hongerig en laat hij me ongedeerd weer gaan. Uiteraard zijn we van te voren gewaarschuwd: blijf goed om je heen kijken! Maar er gebeurt zoveel, het is zo’n indrukwekkende ervaring. De adrenaline giert door mijn lijf en ik blijf maar foto’s maken. Soms komen we echter te laat, dan is het feest al voorbij. Van de bait ball rest niets dan wat visafval, de roofvissen zijn uit zicht verdwenen. Alleen de vogellijven steken nog door het wateroppervlak heen. Deinend op de golven, moe van het duiken en schransen, hun buikjes zo vol vis dat ze niet meer kunnen vliegen. Toch blijkt achteraf ‘onze’ sardine run een van de beste van de afgelopen tien jaar. Hoewel ik hem niet live aan het werk zag (de BBC-crew zonderde zich begrijpelijkerwijs af van de rest), bracht mijn idool Didier Noire blijkbaar geluk.
|